Biebel, Woordeboek of Camper

Terug naar Artikelen
Wêrom nei Artikels
Weeromme naor Artikelen
Home


Biebel, Woordeboek of Camper

Dank ben ik verschuldigd aan Otto de V. die in een Te Gast in de LC van 7 oktober jl. onze vertaling van de 'Biebel in et Stellingwarfs' best leesbaar vindt. Maar ik vind het ook, en meer dan jammer, dat hij als neerlandicus nota bene, mijn knipoog (cynisme zelfs, zo u wilt) niet heeft kunnen ontdekken toen ik schreef, onze Biebel van een hogere orde te vinden dan het 'Stellingwarfs Woordeboek'. Blijkbaar is het Otto nooit opgevallen dat ik het vierdelige woordenboek van Henk Bloemhoff uit grote waardering altijd met een hoofdletter heb geschreven. Blijkbaar heeft neerlandicus Otto ook niet door waar de basis ligt dat hij Nederlands heeft kunnen studeren. Jawel, meneer Otto, goeddeels door de totstandkoming van de Statenvertaling van de bijbel in 1637. Wikipedia: 'De taal van de Statenbijbel vormt de grondslag voor het Standaardnederlands.'

Otto legt mij in zijn stuk woorden in de mond die ik niet heb gebezigd en rekent daar vervolgens mijn deskundigheid op af. Zo heb ik de definitie van Van Dale er niet bijgehaald om mijn gelijk te halen maar deze genoemd omdat die 'in veel gevallen als hoogste waarheid wordt aangehaald'. Voor de goede lezer is dat heel iets anders. Of het nu om de juiste definitie van een woordenboek (ja meneer de neerlandicus, in het Stellingwerfs zonder maar in het Nederlands met een 'n'), een bijbel, een taal of enig ander onderwerp gaat, een beoordeling kent gewoonlijk vele aspecten, invalshoeken en mogelijke (kwaliteits)definities. Meneer Otto verwijt mij dat ik het artikel in Onze Taal van Berthold van Maris niet heb ingezien. Maar dat artikel was samen met het artikel van Fedde Dijkstra in de LC van 25 september nu juist de aanleiding van mijn ingezonden stuk, beste man. Ik zelf was beslist niet op het narcistische idee gekomen om onze 'Biebel in et Stellingwarfs' in rangorde boven het 'Stellingwarfse Woordeboek' van Henk Bloemhoff te plaatsen. En na het artikel in Onze Taal heb ik uiteraard wel de originele column van Van Maris 'Tellen tot de dag des oordeels' er ook bij gelezen.

Dat Van Maris zijn bedenkingen heeft bij de nauwe banden tussen Ethnologue en Wycliff is, wat mij betreft, zijn goed recht. Dat meneer Otto er zeker van is dat het Stellingwerfs - nu voor het eerst - de vermelding als taal door Ethnologue heeft verkregen niet door onze vertaling komt, is een wat vreemde constatering t.o.v. van zijn 'misschien door de erkenning van het Nedersaksisch in 1995'. De door Otto aangehaalde wijlen Piet Dankert vond in 2000 blijkbaar al dat 'boerentaaltjes' niet voor erkenning in aanmerking moesten komen. Ethnologue is bij mijn weten de enige organisatie die wereldwijd een nauwkeurige telling bijhoudt van het aantal talen (waarin de bijbel is vertaald). Dat zij daarbij een eigen definitie hanteert is hun goed recht, lijkt mij. Dat ik daar vervolgens (handig) gebruik van maak in mijn cynische opmerking, is toch ook mijn goed recht? Een erkenning door het europese Handvest is niets meer of minder dan een andere invalshoek of definitie.

Dat zowel de Biebel als het Woordeboek niet in de 'krojen' kunnen worden meegenomen ligt natuurlijk best voor de hand maar dat de Biebel niet en het Woordeboek wel op bestellijsten voorkomt, o.a. in de sutelkraante 'Twie pond 'n Stuver', geeft op z'n minst te denken. Voor mij is dat overigens wel duidelijk want ook al onze eerdere boekuitgaven zijn nimmer door de Schrieversronte meegenomen in hun promotie van het Stellingwerfs. Te lachen of om te huilen?

Volgens Otto moet Piet Bult ook maar eens ophouden met zijn geweeklaag over de vermeende 'discriminatie'. Dit zinnetje is voor mij wellicht de bekende druppel waar ik hem mee op z'n wenken zal bedienen want ik heb mij voorgenomen om per 1 januari a.s. te stoppen met al mijn inspanningen m.b.t. onze prachtige streektaal. Dat dit de laatste vijf jaren gemiddeld meer uren van m'n vrije tijd heeft gekost dan dat mevrouw Bloemhoff in haar ivoren toren ooit (betaald) zal maken, kan natuurlijk bijna niemand weten. Waar velen de ogen voor sluiten maar wat toch ook algemeen bekend is dat vóór mij o.a. Klaas Knillis, Willem Jan, Henk, Doeke, Ate, Martin, en ga zo maar door, al als oud vuil het wespennest dat Schrieversronte heet, zijn uitgewerkt. Tot januari wil ik lopende zaken nog graag afronden zoals het mogelijk realiseren van de openstelling van het Battenpad voor het publiek en de dit jaar nog wekelijkse uitzendingen in onze prachtige streektaal die ik momenteel samen met Henk de Vries maak voor radio RWC en Odrie.

Mijn inspanningen om meer jeugd te willen betrekken bij ons aller gezamelijke doel, het 'anvieteren' van het Stellingwerfs evenals het opzetten van een reeds vergevorderde taalbank naar Twents idee, vergevorderde vertalingen van klassieke werken, het gezamenlijk alsnog een 'Nacht van het Nedersaksisch gedicht' organiseren, het meedoen aan mijn initiatief om naar idee van EduFrysk een eigen internetcursus EduStellingwarfs in de lucht te brengen en te houden evenals het reeds vijf jaar (eerste lustrum) samenstellen van de maandelijkse uitgave van ons e-magazine 'An de liende' laat ik graag aan neerlandicus Otto en zijn hoog vereerde Schrieversronte over. Als we de verplichtingen van onze stichting Stellingwerfs Eigen dan ook nog even netjes afhandelen, maken we het daarmee ook direct voor de betrokken beleidsmakers een stuk eenvoudiger om de toch al sumiere subsidiegelden eerlijk te verdelen over één streektaalorganisatie en krijg ik heel veel meer tijd om er wat vaker met de camper op uit te trekken. Nee hoor, het komt beslist niet alleen door dit ingezonden stuk van jouw hand, beste Otto. Sans rancune, en de koffie staat net als voor al die anderen, ook voor jou nog altijd gewoon klaar.

Nijeberkoop. Piet Bult.