Weglopers in de
ouderenzorg
Home
Terug naar Columns
Weglopers in de ouderenzorg
Zo'n twee jaar na eerste tekenen van dementie is mijn zus van - toen -
vierentachtig, opgenomen in een zorgcentrum voor ouderen (Coornhert
State / Meriant / Alliade te Heerenveen).
Na het zelfstandig, maar sinds tien jaar alléén wonen leek het de
familie niet langer vetrouwd.
Ook de bezorger van Tafeltje-dekje had ons als naasten al een paar keer
gewaarschuwd dat hij de waterkraan op het aanrecht of zelfs de gaskraan
van het fornuis had dichtgedraaid en een paar ramen tegen elkaar had
opengezet.
Na haar aanvankelijke tegenzin leek zus na een paar maanden van
gewenning toch haar draai in het zorgtehuis wel te hebben gevonden. Ze
hielp druk mee met aardappelschillen en groentenwassen in de keuken of
was vlijtig sjaals en wanten aan het breien voor haar vele tantezeggers.
Jammer genoeg verliep de communicatie tussen het zorgcentrum en de
dichtbij wonende familie niet erg soepel.
Alle leuke dingen werden gewoonlijk met veel geur en kleur wereldkundig
gemaakt maar over de minder rooskleurige zaken werd de familie niet
ingelicht.
De bom barstte toen er bij een andere zus een telefoontje van de
politie kwam met de boodschap dat onze dementerende zus op een vreemd
tijdstip wat onbeholpen in het centrum van de stad was aangetroffen.
Op goed geluk hadden ze het telefoonnummer op het briefje in haar
verder lege portemonnee maar gebeld.
Later bleek dat zus al een paar uren was vermist en dat zij bijna drie
kilometer had gelopen.
Van de familie een grote pluim voor de politie, die haar keurig
afleverde bij het zorgcentrum.
Voor het zorgcentrum een iets minder grote pluim en de vraag hoe dit
heeft kunnen gebeuren.
In een paar korte gesprekjes met verschillende zorgverleners op de
werkvloer werd ons al gauw duidelijk dat het weglopen van zus al meer
was gebeurd maar dat het van de instelling niet gebruik was de familie
daarover te informeren.
Eigenlijk werd niemand erover geïnformeerd maar werd er in code (mic)
een aantekening van gemaakt in het dossier.
Intussen heb ik twee maal een gesprek met de directie over deze
incidenten gehad.
Helaas was ook de directie niet erg scheutig met haar informatie over
incidenten.
Naar mijn gevoel wilde zij het weglopen liever 'uit wandelen' noemen en
wenste er verder geen woorden aan vuil te maken, ofwel in gewone
mensentaal: Onder de pet houden.
De enige twee mogelijke oplossingen die de directie voorstelde was het
laten monteren van een zgn. gps-tracker, waarmee je de positie van dat
ding kunt laten uitpeilen en zodoende kunt weten waar zus(?) zich
bevindt.
De andere mogelijkheid was 'insluiting', populair gezegd: Opsluiten
achter gesloten deuren.
Omdat er zich op minder dan een kwartier wandelen een spoorwegovergang
bevindt en er een aantal diepe vijverpartijen zijn, meen ik dat er een
meer aktieve signalering moet worden toegepast dat zelfstandig een
seintje geeft als zus de deur uitgaat of buiten het bereik van het
zorgcentrum komt.
Helaas, is het bieden van veiligheid al gauw te duur en ook in de
huidige ouderenzorg regeert en prevaleert de jaarlijkse winstuitkering
voor directie en aandeelhouders, niet de nodige zorg.
©
Piet/er Bult, 2020