Dag Stellingwerfs

Terug naar Artikelen
Wêrom nei Artikels
Weeromme naor Artikelen
Home


Dag Stellingwerfs

Meer dan over de andere Friese stad- en streekeigen talen vallen er in deze krant af en toe harde woorden over het Stellingwerfs en over de meest betrokkenen achter het in levendig gebruik houden van die streektaal. Waarom en wanneer ging het mis, of valt het allemaal nog wel mee?

Een kritische beschouwing door Piet Bult, geboren en getogen Stellingwerver, legt momenteel de laatste hand aan een vertaling van de Bijbel in die - nog maar hele kleine - streektaal.

Zonder dat men er daadwerkelijk op werd gewezen werd er tot ca. 1970 behoorlijk onbekommerd en vrij door een grote meerderheid van de inwoners van de beide gemeenten Oost- en Weststellingwerf het Stellingwerfs gesproken. Volgens de inleiding van dr. Henk Bloemhoff in het Stellingwerfs Woordeboek van zijn hand: "Voor de Stellingwarvers was het tot die tijd steeds heel gewoon geweest dat hun taal er was en gesproken werd." Het schrijven in het algemeen en in het Stellingwerfs in het bijzonder was tot toen toch nog voornamelijk voorbehouden aan een soort van elite, zoals schoolmeesters, (semi)ambtenaren, journalisten en schrijfkunstenaars. In het Stellingwerfs geschreven tekst was er tot ver na de tweede wereldoorlog eigenlijk alleen bekend van J.H. Popping, H.J. Bergveld, H.J. Das, M. Bakker en H. Vondeling.

Ongetwijfeld werd bij de oprichting van de stichting Stellingwarver Schrieversronte een enthousiaste en veel belovende start gemaakt om het Stellingwerfs te bewaren, in ere te houden en waar mogelijk zelfs uit te breiden. Volgens het voorwoord van Bloemhoff in zijn boekje 'Hoe schrijf je Stellingwerfs' is de Schrieversronte overigens opgericht in 1971, volgens de eigen website moet het 1972 geweest zijn. Hoe dan ook, al spoedig na de oprichting zag men de noodzaak om het Stellingwerfs gestructureerd vast te leggen in de vorm van een woordenboek. Met de voltooing daarvan zou de geinteresseerde zich van een volledig overzicht van de woorden in hun geschreven vorm kunnen voorzien, zo was de gedachte die tot het gereedkomen van het woordenboek overeind werd gehouden.

Sinds het beschikbaar zijn van het complete Stellingwerfs Woordeboek in vier delen, in mei 2004 tot heden reken ik mijzelf tot een van de grootste gebruikers. Daarnaast ben ik kritisch ingesteld en heb o.a. eigen taalanalyseprogrammatuur ontwikkeld. Vanuit reeds veel van die gemaakte analyses heb ik vaak de indruk dat ondanks lange lijsten met namen van wetenschappers en idem met betrekking tot informanten in het woordenboek, het toch vooral het werk is van een eenling met als resultaat een boekwerk met een grote museale waarde, eerder dan een praktisch bruikbaar woordenboek zoals bijvoorbeeld de nederlandse Van Dale, zoals de maker dat in de eerder beschreven gedachte voor ogen had. Toegegeven, op de industrieterreinen van Oosterwolde en Wolvega vind je natuurlijk geen echte industrie, en dus is onze woordenschat behoorlijk beperkt voor wat dat betreft. Ook over allerlei sociale, vak- en geloofsgebieden is het woordenboek niet erg scheutig. Daarentegen is van de eenvoudige ambachten zoals eikenschorsschillen, bijenhouderij en keuterboeren, geen onderdeel onbesproken en dus vastgelegd.

Al vrij spoedig na de oprichting van de Schrieversronte werd een directeur gezocht en gevonden in de persoon van Pieter Jonker, geboren in Haule en toenmalig schoolmeester in Hoogezand(?), prov. Groningen, en nam het aantal schrijvers van vooral korte verhalen en gedichten gestaag toe. Jonker bleek geen slechte keuze derhalve. Deze man had en heeft nog steeds onmiskenbaar een aantal kwaliteiten en heeft die ook zeker benut. Zijn grootste fout is evenwel geweest dat hij ruim dertig jaar op die stoel is blijven zitten, of moeten we dit liever het vaak onbekwame bestuur van de stichting verwijten? "Pieter is de Schrieversronte, en de Schrieversronte is Pieter" sprak de toenmalige voorzitter (2004?) van dat bestuur, dhr. S. ter Heide, in een jaarvergadering. Bestuursleden hebben hun werk dan ook nimmer als een echte taak beschouwd maar veeleer als een erebaantje en hebben zich blijkbaar altijd laten inpakken door de charmes van Jonker. Hij maakte uiteindelijk het beleid. Tussen deze eigenzinnige directeur en de al even eigenzinnige woordenboekenmaker heeft in al die dertig jaar steeds een soort haat-liefde verhouding bestaan, zeggen ingewijden.

De inmiddels tot wetenschapper op het gebied van de Stellingwerfse streektaal gepromoveerde heer Bloemhoff raakte hoe langer hoe meer op dreef en Jonker zorgde steeds voor de nodige middelen om de hobby van Bloemhoff de bekostigen. Van open en eerlijke verkiezingen hoeft bij een stichting nu éénmaal geen sprake te zijn maar dat bijv. zus Sietske Bloemhoff tot de staf van de stichting toetreedt, roept bij mij op z'n minst een paar vragen op. Of was er werkelijk niemand anders beschikbaar in die tijd? Gaandeweg hebben een aantal beginnende schrijvers zich toch, zij het soms tegen wil en dank, kunnen ontwikkelen. Zowel door hun verscheiden als om andere vaak persoonlijke redenen hebben de meeste van hen intussen ook weer moeten afhaken. Kortgeleden liet Karst Berkenbosch als één van de laatste bekende Stellingwerver schrijvers weten meer in het Nederlands en dus minder in het Stellingwerfs te gaan doen. Als we de makers van de huidige publicaties optellen en aftrekken dan zien we nog slechts een tiental verschillende namen van schrijvers en vooral schrijfsters, en zijn daarmee weer even ver als rond 1970. Het is dan ook nog maar zeer de vraag of het vele tienduizenden euro's kostende woordenboek een bijdrage heeft geleverd aan de positieve ontwikkeling van de streektaal. Eén Stellingwerfse schrijver is vanaf het begin tot op heden onvoorwaardelijk trouw gebleven aan de club waaraan hij ook een tijdlang middels een erebaantje in het bestuur mocht bijdragen, Johan Veenstra. Zowel zakelijk als privé hebben Johan en Pieter veel in elkaar geïnvesteerd. Dat dit soms of wellicht zelfs vaak ten koste ging van andere mogelijkheden om het Stellingwerfs te promoten, is zeker niet ondenkbaar maar mag natuurlijk niet hardop gezegd worden. De twee zeer emotionele handen op één buik (et is iene toetmaem) kenden de zo broodnodige schijnwerpers op het Stellingwerfs slechts één richting toe, op Veenstra dus.

Bewust of onbewust liet Jonker zich inpakken door het ambtenarencorps van de beide gemeenten Oost- en Weststellingwerf, die vaak vanwege het gemeenschappelijk belang als één gemeente optraden waar het het te voeren beleid rond de streektaal betrof. Door deze werkwijze waren en zijn nog steeds, ook de provinciale subsidiepotten gemakkelijker toegankelijk; de provincie is domweg volger van het beleid van de beide gemeenten. Wellicht door de talrijke contacten op de gemeentehuizen raakte de directeur van de Schrieversronte zeer bevriend met Remco Heite, burgemeester van Weststellingwerf (1989-2005). Ook al een man die graag iedereen tot zijn vrienden rekent. Op zichzelf geen slechte eigenschap misschien maar ik ben intussen wel afgeknapt op zijn onduidelijke toezeggingen op mijn duidelijke vragen om hulp. Gelukkig was het resultaat mij voorspeld zodat ik er al een beetje rekening mee had gehouden, maar toch.

Hoewel de vele grapjes over hen vaak anders doet vermoeden zijn ambtenaren meestal toch beslist harde werkers. Waar ambtenaren evenwel een gruwelijke afkeer van hebben is aan het doorvoeren van veranderingen. Iedere verandering vraagt om veel extra inspanning en het nemen van verantwoordelijkheid. Precies de zelfde twee non-eigenschappen die ik de gemiddelde Stellingwerver hiervoor reeds toedichtte. Hier geldt dan ook destemeer: doe niets, dan doe je niets verkeerd. Ondanks dat de gemeenten in hun gezamelijk taalbeleid (zie beleidsnota 2004?) hebben afgesproken om als opdrachtgever de Schrieversronte aan te sturen en zich uitdrukkelijk niet meer te zullen inspannen om mee te helpen aan de vurige wens van Bloemhoff cs. om het Stellingwerfs als onderdeel van het Nedersaksisch onder deel III van het Handvest voor minderheidstalen in Europa te brengen, blijven ze evenwel de jaarlijkse bijdrage gewoon voldoen. Zoals wel vaker ontgaat dit de gewone burger geheel maar die heeft reeds eerder afgehaakt om gemeentelijk beleid te begrijpen.

Die erkenning onder deel III vindt Bloemhoff van het grootste belang. Ik vind het totaal onbelangrijk en de overige Stellingwervers zal het werkelijk worst zijn en weten vaak niet eens waar het om of over gaat en wat de konsequenties zullen zijn. Het grote voordeel voor Bloemhoff cs. zal zijn dat er onder deel III veel meer subsidie, en gemakkelijker beschikbaar komt hetgeen mede zijn onbezorgde oudedagsvoorziening veiligstelt. De in dat geval terechte eer die hem dan toekomt met als bekroning 'Bloemhoff Instituut' in gouden letters op de gevel van het oude bankgebouw in Oldeberkoop, gun ik hem graag maar laat ik hier verder buiten beschouwing. Er kleven natuurlijk ongelooflijk veel meer nadelen aan die hogere erkenning. Iedere burger kan in dat geval zijn recht doen gelden om alle openbare stukken in de streektaal te willen ontvangen. Het blijft nog afwachten of dat het Stellingwerfs mag zijn of dat er eerst een algemene spelling voor het hele SONT-gebied moet worden vastgesteld, wat op zichzelf al een schier onmogelijke opgave lijkt in de wirwar van SONT-dialecten. Op een Stellingwerfse vertaling van ambtelijke stukken (waar halen we de ambtelijke woorden trouwens vandaan) zit ook nu niemand echt te wachten. De subsidiegelden zullen slechts over een kleine versplinterde kliek worden verspreid en de gemiddelde Stellingwerver ziet zijn belastingen fors omhoog gaan. Ook een toename - anders dan de verplichte - van het gebruik van het Stellingwerfs is beslist niet te verwachten gezien ons grote voorbeeld het Frysk.

Wat vaak onbenoemd blijft is de mentaliteit van de Stellingwervers. Net als alle hierboven genoemde personen beslist aardige en heel erg plezierige mensen in de dagelijkse omgang maar ook en vooral ambitie- en kritiekloos. Altijd blijven glimlachen en ja-knikken is de norm. Iedere uitspatting zowel positief als negatief wordt direct een halt toe geroepen, als er ten minste al wat wordt geroepen. Na meer dan tweekeer een opmerking te plaatsen krijg je in Stellingwerf het stempel 'mierkerd' op je voorhoofd geplakt en kun je je in het vervolg iedere moeite beter besparen; je wordt als een 'fout kind' nadrukkelijk in de hoek gezet en komt daar de rest van je leven niet meer uit. In de grafrede word je natuurlijk nog éénmaal uitbundig geprezen om je frisse en innovatieve ideëen om daarna nooit meer genoemd te worden.


© Piet/er Bult, 18 maart 2008
Ingezonden stuk naar meerdere media.