Reisje langs de Moezel
Terug naar Verhalen
Terug naar Nederlands
Home
Reisje langs de Moezel
Wie zegt u..?
Hallo, ik ben pensionado Piet en woonverblijf sinds nog niet zo lang in
de Vienne (86) in Frankrijk en dat was eigenlijk een ongelukje (lees: La Moselle hieronder).
Dat woonverblijven betekent dat het allemaal nog niet helemaal echt
definitief is. Daarvoor moeten een paar wonden eerst ook nog iets beter
genezen, want ... Tegen het einde van de dagelijkse beslommeringen in
het eigen bedrijf hebben mijn toenmalige partner en ik een goed
gesprek gehad over onze toekomst als gepensioneerden met een overdaad
aan vrije tijd. Zo soepel als onze gesprekken de veertig jaar daarvoor
waren gelopen, zo stroef verliep dit overleg. Het resultaat was dat we
sindsdien ieder ons eigen weg maar gaan. Zij met een nieuw vriendje
naar het noorden - geloof ik - en ik met af en toe een nieuw
vriendinnetje naar het zuiden, geloof ik. Ik ben trouwens niet echt
kieskeurig voor wat dat betreft want ik heb ook een hele lieve vriend.
Een ouwe trouwe Ford Transit buscamper, welteverstaan. Trouw is hij
zeker maar leg gerust de nadruk op dat 'ouwe'. Voor deze had ik een nog
ouwere maar ook iets groter model van Fiat Ducato, maar als je toch
altijd solo reist heb je met iets minder juist wat meer. Nu ik dan toch
in Francia terecht ben gekomen is het mooi meegenomen dat ik in
Nederland al een stevig partijtje petanque (Jeu de Boules) kon spelen.
Als ik hier nu gewoon een paar weken thuis ben speel ik met de
dorpsgenoten vaak zes middagen in de week. Daardoor kom ik
waarschijnlijk ook altijd tijd tekort, maar ach, ik ben toch
gepensioneerd...
La Moselle
Veel reisjes staan nog in mijn geheugen maar deze topper zal nog lange
tijd bovenaan in mijn geheugen aanwezig blijven.
DEEL I
Toen ik na een goed gesprek solo ben geworden, mocht ik natuurlijk
zonder mij te hoeven schamen, rondneuzen op verschillende datingsites.
Dat heeft niet zo lang geduurd. Waarom weet ik nog altijd niet maar ik
had gelijk beet. Laat ik haar hier maar even Annie noemen. Werkelijk
een schat van een vrouw maar ze wilde wel direct een vaste relatie.
Iets waar ik nog even niet aan moet denken. Oké, gewoon vriendschap was
als haar tweede keuze ook goed. Je weet hoe dat gaat (of misschien weet
je dat ook wel niet), je mailt eens wat en je belt een eerste keer en
nog eens een keer. Afin, na drie mailtjes en drie telefoontjes hebben
we in het echie kennisgemaakt. En om echt goed kennis te maken besloten
we twee weken op elkaars lip te gaan zitten en stippelden samen een
camperreisje uit.
Al heel lang stond een reisje langs de Moezel op mijn verlanglijstje.
Dat leek Annie ook een prima idee, hoewel ze nog nooit een camper van
binnen had gezien. Nauwelijks een week later gingen we al. De zeer
voorspoedige reis naar Koblenz en vervolgens via o.a. Trier en Metz
richting Nancy zijn nu even niet van het grootste belang. Daar zijn al
zoveel reisverslagen van. Dit verhaal begint eigenlijk op een vrije
camperstaanplaats in Millery (F). Heerlijk, maar aan 'La Moselle' word ik 's
morgens rond zeven uur, badend in het zweet wakker met een vervelende
druk op mijn borst, met uitstraling naar zowel linker- als rechter pols.
De druk/pijn verdwijnt maar niet. Dat is raar. Na ongeveer een uur nog
altijd de zelfde stevig drukkende pijn. Nou, dan nog maar een kop
zwarte koffie en nog maar een zwaar sigaretje.
Intussen heb ik Annie wel uitgelegd hoe je op een DomDom kunt zien waar
je precies bent en middels de keuze 'Help' ook een arts of ziekenhuis
o.d. kunt bereiken. Even later besluit ik evenwel niet langer af te
wachten maar vraag zelf DomDom om ons naar het dichtstbij zijnde
ziekenhuis te brengen. Dit blijkt het bescheiden lokale hospitaal in
Pompey (F), ruim zes kilometer verderop te zijn. Ik vind intussen alles
best, als ik maar van die vervelende pijn wordt verlost.
Na de camper een beetje slordig te hebben weggezet kost het stukje van
minder dan vijftig meter lopen naar de receptie mij grote moeite. De
secretaresse waar we ons als toeristen uit 'Les Pays-Bas' melden
begrijpt, doorziet en overziet de ernst van de situatie ogenblikkelijk.
Ze beent met grote passen direct een gang in om een dokter te zoeken.
Die komt al na twee tellen aangesneld. Na een zeer summiere uitleg pakt
hij mijn arm vast om mij tegen vallen te beschermen. Ik schijn
plotseling wel erg wit van kleur weg te trekken. Magere Hein heeft voor
mijn laatste reis reeds een wit laken over mijn schouders gedrapeerd,
zo lijkt het. De arts vraagt mij mijn mond wijd open te doen, mijn tong
omhoog te krullen en spuit er vervolgens een flinke dosis 'spul' in.
Hier schrikt Magere Hein behoorlijk van en zet het voorlopig op een
lopen. Vervolgens helpen de dokter en een collega van hem mij op een
soort bedbrancard te gaan liggen.
In rap tempo vindt overleg plaats en binnen een paar minuten is er een
team van acht begeleiders samengesteld die ons met gezwinde spoed in
wel twee ziekenauto's tegelijk naar het CHU in Nancy zullen vervoeren.
De voorste auto - met o.a. Annie - rijdt floepsnel en maakt met sirene
en lichtsignalen een volgende weg of kruising alvast vrij zodat de
tweede auto - waar ik als patiënt in lig - ook met zwaailamp en
hoorngeschal, op hoge snelheid door kan rijden. De reis van ongeveer
vijfendertig kilometer over een stuk snelweg en een flink deel door de
stad, duurt dan ook nauwelijks een kwartier.
In het CHU (Centre Hospitalier Universitaire) te Nancy-Brabois is op de
afdeling cardiologie een team deskundigen zich al op mijn komst aan het
voorbereiden. Via de Ziekenauto-entree beland ik in no-time op een
snijplank in één van de vele cardio OK's en wordt mij gevraagd en
ongevraagd reeds van alles toegediend. Na ruim een uur is het ergste
leed geleden, is de patiënt buiten levensgevaar en stabiel te noemen,
volgens het medisch team. Nou, dat was dus een hartaanval. Er is door
een spoedinterventie in één van de drie coronaire slagaders een 'stent'
geplaatst. Daarna volgt een verblijf van vier dagen op de Cardio
Intensive Care (CIC).
Het is op deze CIC feitelijk best goed toeven, voor iemand die
eigenlijk ook net zo goed, gewoon dood had kunnen zijn. Ik word al
direct bij aankomst ruim voorzien van eten, drinken en een behoorlijke
portie, vooral ook door mij zelf door zenuwen aangezwengelde
vrolijkheid. Ook zie ik nu voor het eerst met eigen ogen dat mijn
'begeleidster' en nog spiksplinternieuwe vriendin (nou,
nieuw!)
zeker niet wordt
vergeten. Indien we de komende dagen goed doorstaan staat een volgende
operatie voor a.s. maandag op het programma.
DEEL II
De voorbereidingen voor die volgende interventie beginnen al uitgebreid
op de zondag. Veel voorlichting over hoe, wat en waarom. Ik word
uitgebreid geschoren, vooral tussen navel en beide knieën, maar ook de
beide armen tussen polsen en ellebogen. Er moet gedoucht worden met
iets van vloeibare jodiumzeep. Ook morgenvroeg volgens voorschrift
opnieuw douchen met dat roodbruine stinkgoedje. Na middernacht mag er
niets meer worden gegeten of gedronken. Nee, ook geen water. Die morgen
word ik behoorlijk met rust gelaten. Geen 'petit déjeuner' met koffie,
pain en van die heerlijk verse croissants. Uiteraard vinden wel de
nodige metingen plaats en word ik gemaand mij al douchend te ontdoen
van iedere smet.
Om ruim tien uur komen een stel potige mannen mij met bed en al ophalen
en laten mij in het voorportaal van verschillende cardio OK's achter.
Hier neemt een uitstekend Frans sprekende zuster mij over. Voor een
laatste zenuwplas wordt mij een 'pipi-pistolet' aangereikt. In de OK
word ik in alweer uitstekend Frans toegesproken door twee heren
doktoren. Pas op met vooroordelen maar het lijken in mijn ogen beide
eerder Marokkaanse sumo-worstelaars dan vingergevoelige chirurgen.
Ik sidder en beef, alleen al vanwege hun vrolijke maar ook brute spel
in hun voorbereidingen. In mijn aangezicht worden de nodige attributen
uit hun steriele omhulsels vandaan gehaald en op een grote werktafel
uitgespreid, onder het uitstoten van mij onbekende kreten en nogal
lompe danspasjes van beide 'chirurgen'. De weelderige tattoos met
Arabische(?) tekens in de nek en hals van één van hen staan me
eigenlijk helemaal niet aan. Eigenlijk staat mij dit hele tafereel niet
aan laat mijn ongenoegen luid en duidelijk merken.
Gaandeweg testten we ook alvast onze onderlinge mogelijkheden tot
communicatie. Veel beroerder kan bijna niet. Zij geen woord Engels, dan
ik dus geen woord Frans. In de meeluisterende regiekamer wordt
druk overleg gevoerd. Uiteindelijk wordt besloten het ongetwijfeld zeer
kundig en vrolijke duo te vervangen door de beide heren die mij eerder
ook - en zeer naar genoegen - hebben geholpen. Voor zover ik kan
beoordelen een zeer goed op elkaar ingespeeld team. Gelukkig. Het
bloederig feest kan beginnen.
Na al een hele week voornamelijk verplicht op mijn rug te hebben
gelegen, ligt deze snijplank eigenlijk wel het allerbelabberdst van alle
andere matrasachtigen. Na mijn opmerking daarover wordt niet het liggen
verbeterd maar wordt vanuit de regiekamer opgelost door mij een scheut
pijnstillende middelen toe te dienen via het reeds eerder aangelegde
zoutwater slangetje in mijn arm. Dat mijn hoofd telkens van het uiterst
summiere kussentje wegglijdt is niet met pijnstillers op te lossen, en
dus wordt daar maar niets aan gedaan. Tijdens de hele operatie houdt
het afglijden van mijn hoofd van dat kussentje mij behoorlijk bezig.
Misschien maar goed ook, een beetje afleiding is soms wel goed voor een
mens, vooral tijdens een operatie waar je verder met je volle verstand
bij aanwezig mag zijn.
Het is werkelijk een sterk team, deze beide heren. Ik hoor en zie heel
veel overleg tussen hen beiden. Af en toe wordt mij wat gevraagd of
geef ik ongevraagd een opmerking over wat ik hoor, zie of voel. Niet
alleen de hoogstnodige problemen worden vakkundig opgelost maar er
wordt ook iets verder in de nabije toekomst en verwachting gekeken.
Intussen is er een klein uur aan voorbereiding verstreken, ruim een uur
daadwerkelijk aan en rond mijn hart geknutseld en het nawerk vraagt ook
nog eens een half uurtje. Het is half drie als ik weer op zaal wordt
gebracht. Geen IC deze keer maar gewoon de zelfde éénpersoons zaal waar
ik even eerder ook vandaan ben gekomen.
Van alle kanten komen nu zaalzusters aangesneld. Eén stel houdt zich
bezig met meten is weten (als je weet wat je meet) en een ander stel
voorziet mij ruim van gevraagde wensen en behoeften. Alles wat mijn
hartje op het gebied van eten drinken begeert wordt mij voorgezet. Even
later val ik tevreden in slaap, word af en toe even wakker en val weer
in slaap. Natuurlijk steekt ook Annie haar hoofd regelmatig even om de
hoek van de deur. De kanjer heeft het trouwens voortdurend druk met
zaken te regelen via alarmcentrales, met voor haar totaal onbekende
familieleden en in allerlei andere vaak directe contacten. Wat denk je
hoe zij het klaarspeelt om de camper van het vorige ziekenhuis in
Pompey naar hier te laten halen. Vanuit mijn kamer zie ik 'm op de
parkeerplaats staan. Dat is dus al een paar dagen haar huisje.
DEEL III
Zo het er nu naar uitziet worden we twee dagen later per ambulance naar
Utrecht vervoerd en volgt de camper enkele dagen later. Er was ons dus
telkens voorgehouden dat - als alles normaal zou verlopen - wij op
woensdag vervoerd zouden kunnen worden. Zowel de personen- als de
autoambulance wilde graag een dag van tevoren bericht over het vertrek.
Op dinsdagmorgen ontstaat er evenwel behoorlijk paniek. Rond tien uur
krijg ik te horen dat ik vrijwel op staande voet uit het ziekenhuis zal worden ontslagen
omdat de kamer nodig is voor een volgende patiënt. Na nog een paar
metingen en een eindcontrole door een cardiodokter word ik vriendelijk
doch dringend verzocht de kamer voor drie uur te hebben verlaten. Onze
daaruit voortvloeiende problemen zijn niet hun zorg.
De hulpverlening via de alarmcentrale kan op dit moment niet veel
anders doen dan ons een hotelletje en een taxi om daar naartoe te gaan,
aan te bieden. We bedenken zelf dat al onze kleding en aanverwante
zaken in de camper liggen. Die hebben we nu deels direct nodig en er
moet veel worden opgeruimd en weggegooid. Tijdens mijn ontslagcontroles
was Annie natuurlijk alvast begonnen met het op orde maken van de
camper. Als ik van mijn kamer word vrijgelaten kom ik natuurlijk
gezellig helpen. We schieten beide trouwens behoorlijk in de stress en
komen veel adem tekort. Van de dokters had ik zelf wel rustigaan naar
huis mogen rijden. Van de NL verzekering mocht dat evenwel niet.
Het regent. Niet veel maar net genoeg om behoorlijk nat van te worden.
De meeste voorraad uit de koelkast moet worden weggegooid. We moeten de
nodige kleren verzamelen en al het overige opruimen. En als wij
weggaan, waar laten we dan de sleutel van de camper? De receptie bij de
slagboom van het parkeerterrein wenst niet mee te werken. De receptie
van het cardiohuis is iets soepeler en neemt de autosleutel en kenteken
wel in ontvangst. Met giga-veel handbagage melden wij ons bij de
eerstvolgende taxi in de rij. Hij mag ons evenwel niet vervoeren omdat
wij naar een adres willen buiten zijn bevoegd rayon. Geen van de stuk
of zes taxi's in de rij kan of mag ons wegbrengen naar ons hotel. Ook
dat is blijkbaar Frankrijk.
Via veel vijven, zessen en zevens regelt Annie een taxi uit de stad die wel
voldoende bevoegdheid heeft. Nu we beide van hier vertrekken zal ook de
camper naar een andere plaats moeten verhuizen. We blijven met onze
vele bagage heen en weer zeulen. Wat doe je als de dokter heeft gezegd
dat ik zo vlak na de operatie feitelijk niets mag tillen en Annie dit
als ezelin alleen toch ook lang niet aankan? Juist ja, je gaat er beide behoorlijk
aan kapot.
De receptie van het hotel is inmiddels op de hoogte gesteld van onze
komst. Nou ja, niet precies natuurlijk want er zijn wel twee
tweepersoons kamers geboekt i.p.v. die éne waar wij, nog altijd op
verkenningstocht bij elkaar, toch echt genoeg aan denken te hebben. Ook
in Nancy hebben ze blijkbaar een hekel aan toeristen want er moet bij
vooruitbetaling 'citytax' worden betaald. Trouwens, we zijn op dit
moment nauwelijks meer als toerist aan te merken. Ongetwijfeld bestaat er in
het land waar de ambtenarij is uitgevonden - net als in Nederland overigens - een
formulier om deze bezoekersbelasting terug te kunnen vragen maar ze
mogen ze deze keer van mij hebben.
Gewoonlijk moet de kamer de volgende morgen voor elf uur leeg worden
opgeleverd. De ambulance die ons zal komen halen zal hier rechtstreeks
vanuit Nederland evenwel niet voor twee of drie uur kunnen zijn. We
kunnen die tussentijd op de stoep gaan zitten of door bijbetaling op
onze kamer blijven. Vanwege de declaratie willen we wel graag een
factuur of een bonnetje van onze betalingen. Dat blijkt in dit geval
niet eenvoudig. Appart City Hotels is een Spaanse organisatie en de PC
op de receptie heeft geen printer maar staat wel rechtstreeks in
contact met het hoofdkantoor in Spanje. Het bonnetje kan niet in het
hotel worden geprint maar dit zouden we thuis via internet zelf moeten
kunnen regelen. Logisch, natuurlijk.
In een winkeltje om de hoek haalt Annie nog gauw even een kleinigheid
te eten. Na deze snoeperij vallen we vervolgens rond zeven uur beide
als een blok in slaap. Diep in de nacht worden we natuurlijk wel even
wakker en spelen gezellig een spelletje 'Skip-Bo'. Vervolgens draaien
we ons tussen de lakens nog eens heerlijk om. De volgende morgen
vertragen wij ons met het nuttigen van een wel zeer uitgebreid ontbijt.
Opnieuw spelen we een spelletje om de tijd te doden. Ook het innemen
van de uitgebreide medicatie vraagt de nodige aandacht en dus tijd. Om
twaalf uur laten we het bad nog maar eens heerlijk vollopen en spoelen
de laatste Franse zweetdruppels van ons af.
Op de afgesproken tijd van ongeveer twee uur komt onze ambulance
voorrijden. Niet rechtstreeks, horen we later maar zij zijn al bij
verschillende ziekenhuizen geweest. Na omzwervingen en navraag kwamen
ze gelukkig toch gewoon bij ons hotel terecht. Na kennismaking en een
bescheiden medische intake zijn we gaan inladen en vervolgens rijden.
Met enkele korte stops onderweg was de hele terugweg van Nancy naar
Utrecht natuurlijk een fluitje van een cent. Het moet tijdens die stops
op een groot parkeerterrein trouwens wel een vreemd gezicht zijn
geweest als een ambulance stopt, de brancard met een patiënt er uit
wordt gerold en de patiënt vervolgens van het beddeke afstapt en een
beetje gaat rondwandelen.
Tegen acht uur 's avonds kon Annie de sleutel van haar appartement in
Utrecht in het slot steken en zat onze geplande, maar toch ietwat
anders gelopen reisje langs de Moezel er op. Tja, en is zo'n reis dan
ook een goede kennismaking? Voorlopig weet Annie vrij zeker dat mijn
levenspomp pas is gereviseerd en weet ik, dat Annie niet voor een kleintje
is vervaard. Gewoon een kanjer, dus!
Vienne (86)
Nou, dat reisje langs de Moezel was voor het grootste deel dus niet
echt een leuk vakantietripje. Dat kon beter, dat moest beter. Na een
paar weken van revalidatie hebben Annie en ik opnieuw de stoute
schoenen aangetrokken en zijn opnieuw met onbekende bestemming naar
Frankrijk vertrokken. De eerste uitgebreide stop maken we al in België.
Na wekenlang alleen maar vreselijk gezond voedsel schreeuwt mijn maag
om een heerlijke berg Belgische frieten met een zalige klodder
mayonaise. Tja, uiteindelijk was mijn maag niet ziek geweest. We zijn
de nacht ook maar daar gebleven en hebben de volgende morgen tegen
twaalven nog zo'n heerlijke puntzak bij het zelfde frietkot genuttigd.
Tijdens
onze tweede trip door Frankrijk vonden we een leuk éénpersoons
huisje voor mij alleen. Vandaar heb ik Annie weer naar Utrecht
gebracht en ben zelf teruggegaan en in La Douce France gebleven.
Af
en toe appen, bellen we of ga ik nog wel eens naar Utrecht maar een
echte relatie is er dus niet van gekomen, maar...
Ze leefden nog wel
lang en gelukkig, samen appart...
© Piet Bult, sept. 2014