Verlost
van Ophelia
Deel 1 in het kort
2005 Op 1 mei krijgt levenspartner Monique de
diagnose 'borstk*nker' voor haar kiezen en zijn we de
volgende paar jaar 'onder de pannen'.
2008 Onze relatie staat
onder druk en Monique stapt (zonder mijn weten) met een klachtenlijst
over mij, naar huisarts Van der Zwan.
2008 Naar
aanleiding van die klachten volgt (zonder mijn weten) een verwijzing
voor mij naar een psych van GGZ Frl door minkukel huisarts Van der
Zwan.
2008 De kinderpsychiater, mw. Tanja Schreiber van GGZ Frl
plakt een etiket op mijn voorhoofd en ik word vanaf dan zowel autist
als ophelist.
2012 Monique en ik volgen ongeveer een halfjaar
relatie-therapie bij gz-psycholoog mw. Annelies
Verwilligen van Lentis ATN in Drachten.
2013 Op 11-12-13 geeft
Monique haar lichaam aan één van mijn beste vrienden en word ik onder
politie-begeleiding ons huis uitgezet.
2014 Nadat
Monique ons inmiddels hypotheekvrije huis heeft verkocht stopt ze
mij een paar stuivers kleingeld toe en dat is het dan.
2015 Om weer
met Monique in gesprek te geraken schrijf ik een 'Noodkreet', naar o.a. mw.
Verwilligen van ATN in Drachten.
2015 Mw.
Verwilligen geeft de brief aan psych Schreiber van Lentis ATN en
dan breekt de hel los doordat zij veel te uitgebreide actie op
mijn brief onderneemt.
2016 Er volgt een klachtenprocedure van mij bij
Lentis ATN jegens arts / psych. Tanja Schreiber, o.a.
vanwege schending van haar beroepsgeheim.
2016 Mijn klacht tegen
Schreiber bij Lentis ATN wordt door de eigen commissie van Lentis
uiteraard als zijnde 'niet gegrond' afgewezen.
2016 Ik
doe mijn beklag over Schreiber bij het Tuchtcollege in Groningen
(betreft: diagnose, geheimhoudingsplicht,
aanzetten tot fraude).
2016 Mijn klacht wordt op het punt van de
geheimhoudingsplicht van arts / psych Schreiber gegrond
verklaard.
2017 Voor de overige twee punten ga ik in (pricipaal)
hoger beroep bij het Centraal Tuchtcollege in Den
Haag.
2017 Mijn beroep wordt afgewezen en het door Schreiber
ingestelde (incidenteel) beroep wordt gehonoreerd.
2017
Het door mij aangekondigde boek 'Verlost
van Ophelia'
wordt – voorlopig – geen boek maar heeft geleid tot
een uitgebreide website.
2017 Dakloos, zwervend, met telkens
neiging tot suïcide, raak ik op zwerftocht door
West-Europa en vind een huisje als uitvalsbasis, midden in Frankrijk.
***
Inleiding
Deze
documentaire case study vertelt in chronologische volgorde het
verhaal van de beleving en de gevolgen van het 'Syndroom
van Ophelia'.
Feitelijk, over hoe het mis kan gaan in de wereld die we GGZ
(Geestelijke Gezondheidszorg) noemen en speelt zich voornamelijk af
in het noorden van het land (Friesland en Groningen). Aan de hand van
een waar gebeurd verhaal is deze studie opgezet om belangstellenden
een inkijkje te geven hoe procedures (kunnen) verlopen, om van een,
letterlijk en figuurlijk, zondagskind
met een leven
op rolletjes
tot
een suïcidaal
bestaan
te kunnen omvormen en
het gevecht van het slachtoffer om dat trauma weer ongedaan proberen
te maken.
De
hoofdpersoon is de in 2005 negenenvijftig jarige man (Piet van
Monique). Of is misschien een kinderpsychiater van Lentis / ATN te
Drachten (Tanja F. Schreiber), toen werkzaam bij GGZ Frl, de
hoofdpersoon. Of is het de – inmiddels ex – partner van Piet,
Monique? Of toch de – inmiddels ook ex – huisarts van het stel
(Hugo van der Zwan)? Het lijkt wel een detective-roman en dat is het
soms ook. Een thriller of een giller, is ook een mogelijke
omschrijving van een feitelijk diep trieste zaak.
Het
verhaal begint op 1 mei 2005 met een telefoontje van het UMC in
Groningen:
'Er
is borstkanker bij u geconstateerd!'
Het
hoeft geen betoog dat na een dergelijk telefoontje je wereld
letterlijk en figuurlijk instort! Plotseling zijn werk, geld en
goederen niet meer belangrijk. Het dagelijkse leven bestaat vanaf
dan, enkel nog uit gevechten om te overleven.
Als
na enige jaren vechten, dat overleven lijkt te lukken gaan we een
'schuldige'
aanwijzen.
Iemand ergens de schuld van kunnen geven helpt het rouwproces te
verwerken. Het is dan blijkbaar gemakkelijker om je partner als
schuldige aan te wijzen dan het BRCA1 gen. Als je huisarts het
daarmee eens blijkt te zijn, gaat het treintje rijden en is, éénmaal
op stoom, niet meer te stoppen voordat Barbertje zal hangen.
Na
twaalf jaar en een paar (tucht)rechtszaken, dacht ik ein-de-lijk
verlost te zijn van Ophelia. Helaas, niets blijkt minder waar. De
geschiedenis blijft zich herhalen. GGZ-etters en ATN-ners hebben in
vijftien jaren niets van eerder gemaakte fouten geleerd. De echte
verlossing komt ongetwijfeld met mijn verhuizing naar gene zijde...
Klik op avertentie voor een vergroting.
***
Hoofdrolspelers
Piet/er
Bult
(1946, autist, zwerver, publicist, aanklager)
Monique
Hoftijzer (1963, van 1993 t/m 2013 partner van
Piet)
Hugo
van der Zwan (de toenmalig huisarts van Piet &
Monique)
Tanja
Schreiber (1965,
beklaagde arts en (kinder)psychiater)
Piet/er
Bult:
Als jongste van tien kinderen, vier meiden en zes jongens, ben ik als
Pieter Bult in 1946 redelijk begaafd geboren en opgegroeid in het grote,
prettige gezin
van een redelijk welgestelde keuterboer in Zuidoost-Friesland. Mijn
schoolse opleiding behelst niet veel meer dan de lagere 'School met
den Bijbel' en die, op de lagere technische school. Door veel avond-
en zelfstudie is dit nadien nog behoorlijk aangevuld tot en met de
onafgemaakte universitaire studies economie en rechten.
Mijn
werkzame leven bestond o.a. uit het als timmerman en monteur,
daadwerkelijk – mee helpen – bouwen
van huizen, winkels en kantoren, inclusief alle technische
voorzieningen zoals gas, water, elektra, cv, telefoon, lift, etc.
Daarna was ik nog internationaal servicemonteur van
luchtbehandelingssystemen en van grafische machines. De laatste
dertig jaar (1980-2013) van mijn werkzame leven ontwierp, bouwde en
installeerde ik middelgrote computersystemen voor o.a. horeca
groothandel, VVV informatisering en reserveringen systemen, en in
samenwerking met het ministeri van milieuzaken, zeer
uitgebreide programma's voor milieu en recycling, van route-planning
via weegbrug tot en
met grootboek.
Mijn
hobby-palet ging van blootfotografie en film in mijn pubertijd, via
monteur van een winning team in de Formule V autoracerij (1979), tot
en met het hervertalen van de complete 'Biebel
in et Stellingwarfs'.
Veelal was mijn werk mijn hobby of mijn hobby mijn werk of maakte ik
van beide een combinatie. Uit mijn huwelijk (1972-1994) zijn twee
schatten van kinderen (jongen en meisje) geboren en waren we een 'rijke luis' gezin.
Tja, dat krijg je als zondagskindje.
Mijn
tweede 'huwelijk' was een partnerschap (1993-2013) zonder papieren
maar met Monique. Wellicht ben ik de laatste jaren van ons samenzijn
wat tekortgeschoten maar uiteindelijk heeft Monique mij willens en
wetens
de das omgedaan. Op 11-12-13 ging zij er vandoor met mijn (tot dan toe)
beste
vriend en met ons gehele bezit. Berooid heeft zij mij op straat
gezet, zelfs geen dankjewel voor de bewezen diensten in de afgelopen
20 jaar. Toen ook de verschillende woningstichtingen in ZO-Fryslân
niet op korte termijn een dak boven mijn hoofd voor mij beschikbaar
hadden, ben ik
in mijn oude campertje gaan zwerven.
Een
halfjaar later, in juli 2014 kreeg ik in Noord-Frankrijk mijn eerste
hartinfarct. En weer een halfjaar later, in maart de volgende, iets
lichter
en ook weer in Frankrijk. De behandeling en de menselijke benadering
van een patiënt, maakten voor mij mede de keuze, om mij definitief
in La Douce France te willen vestigen. Na een proefperiode van twee
jaar heeft mijn emigratie per 1 januari 2017 definitief zijn beslag
gekregen.
***
Monique Hoftijzer:
Als
oudste van vijf kinderen, twee meiden en drie jongens, is zij als
Monique Hoftijzer in 1963 geboren en opgegroeid in het gezin van een
redelijk welgestelde olieboorman op het Zuid-Hollandse eiland
Voorne-Putten. Haar schoolse opleiding behelst niet veel meer dan die
van de lagere school en de mulo. Door aanvullende avondstudies was
Monique evenwel een prima boekhoudster en bouwer van hardware
netwerken.
Ten
tijde dat ik Monique (feitelijk als klant) leerde kennen was zij
boekhoudster en duizendpoot bij een horeca groothandel, gedreven door
haar en haar partner. Eind 1993 is Monique, met al haar hebben en
houden, in haar Fiat Panda van de Randstad naar Friesland gekomen en
in een tijdelijke woning, met roze wolk, in Wolvega bij mij
ingetrokken. Haar eerste baantje vonden we al snel bij een bestaande
klant van mij in het Friese Gaasterland.
Vanuit
mijn ICT-bedrijf krijg ik in 1993 Monique als klant, val voor haar
prachtig, flodderig, gele, te korte jurkje en we gaan kort daarna
samenwonen. In
juni 1994 zagen we een leuke woning te koop staan in Nijeberkoop
(Frl). Dat voormalige dorpswinkeltje uit 1926 hebben we samen met de
Rabobank voor Hfl. 166.000 kunnen kopen, zijn het zelf woonklaar gaan
maken en daar per
september 1994 ingetrokken.
Van
daaruit hebben we samen gewerkt in
ons software bedrijf. Monique werd al snel goed in het samenstellen
van hardware en ik maakte middelgrote administratieve software. Samen
waren we een sterk team en mede
door
invoering van de Euro en het millenniumprobleem groeien in ons
ICT-bedrijf de
bomen tot ver boven de blauwe hemelen.
Honden
en paardendressuur waren de grootste hobby's van Monique. Vanaf M tot
en met haar ZZ kwalificatie in de dressuur heb ik haar op al haar
wedstrijden mogen begeleiden. Haar hobby is uitgebreid door aanschaf
van 2,4 ha weiland bij ons huis, met een bijna professionele
dressuurbak van 20 x 60 meter. Na een totale renovatie van ons huis
werd ook een paardenstal van
zes bij twaalf meter, met een drietal boxen, een
tractor en
voldoende ruimte voor hooi gerealiseerd.
Ons
heerlijke leventje werd op 1 mei 2005 ruw verstoord door een
telefoontje van het UMC Groningen: 'Er
is borstkanker bij u geconstateerd.' Het
hoeft geen betoog dat vanaf
dat moment onze droomwereld instortte en waren we met niets anders
meer bezig dan met overleven. Dat is gelukt! Tot – op z'n minst –
onze scheiding op 11-12-13 bleef Monique kankervrij maar (mede?) door
de vele chemo's en bestralingen is Monique wel een heel ander mens
geworden en heeft ook onze relatie daardoor(?) enorm veel schade
opgelopen.
Door
de toch al vele k*nker-contacten met de huisarts heeft Monique haar
'klachten' over mij niet met mij maar met onze huisarts besproken.
Dit escaleerde in september 2008 tot de auti / aspi diagnose bij mij,
gesteld door een kinderpsych van GGZ Frl. Na nog een paar jaren van
aanmodderen heeft Monique haar lichaam op de avond van 11-12-13 aan
één van mijn beste vrienden (Klaas Schoo) gegeven en is onze
relatie nog die zelfde week op de klippen gestrand, heeft zij haar
zakken gevuld met (ook) mijn geld en goederen, en mocht ik kerstfeest
2013 onder de brug vieren en de koude winter-nachten vervolgens ook
onder die zelf brug slapen...
***
Hugo
van der Zwan:
Onze huisarts in Oldeberkoop ging zijn huisartsenboekje wel heel ver te
buiten door op aanwijzingen van Monique maar zonder mij erbij te
betrekken, voor mij een afspraak te maken met een psych om bij mij
onderzoek te doen naar de mogelijkheid van een neurodivergentie,
zoals autisme of het syndroom van Asperger.
Tanja
F. Schreiber:
Deze arts met specialisatie kinderpsychiatrie
is de meest genoemde
persoon in deze studie. Zij is degene die mij in 2008, op verzoek van
onze huisarts als autist heeft geëtiketteerd. In 2016 heb ik haar
eerst voor het RTG (Regionaal Tucht College) in Groningen en later
voor het CTG (Centraal Tucht College) in Den Haag gedaagd, wegens
zeer onzorgvuldig handelen.
Net
als mw. Schreiber een oordeel over mij heeft geveld heb ik haar
ook geobserveerd en geëtiketteerd. Al binnen twee tellen na onze eerste
ontmoeting ging het fout. Toen zij ons (mijn partner Monique en mij)
ophaalde in de wachtkamer werd Monique keurig begroet maar ik
kreeg zelfs geen hand. Mw. Schreiber was immers gewend aan een moeder
met kind op haar consult. Mw. Schreiber mist, volgens mij, het
inzicht en de afweging om een keuze te maken om tijd en geld aan
goede zorg voor de patiënt te besteden of ten koste van nog veel
meer tijd en geld aan klachten en tuchtrechtszaken te besteden.
Zelden of nooit zal mw. Schreiber zelf contact maken voor overleg,
maar mevrouw deelt in dat geval slechts orders uit aan een
ondergeschikte. Kortom, ik zie mw. Schreiber met haar dikdoenerij,
als een eigengereide carrière najaagster, die links en rechts in haar
nasleep nogal
wat brokken maakt, die ze overigens graag door een ander op
laat ruimen. Er zijn volgens mij, bij deze mw. Schreiber voldoende
kenmerken aanwezig die het etiket ASP (Anti-Sociale
Persoonlijkheidsstoornis, 301.7), uit de DSM bijbel rechtvaardigt, en
daarom haar hoogmoed-carrière
beperkt zou moeten blijven tot
kinderpsycholoog. In de ICD-10 notatie, een 'dissociale
persoonlijkheidsstoornis', die voldoet aan de volgende kenmerken:
– een harteloze ongevoeligheid voor de gevoelens van anderen
– onverantwoordelijkheid en een langdurige onverschilligheid voor
sociale normen, waarden en regels
– een onvermogen tot het aangaan van langdurige relaties(?), hoewel er
geen moeite is met het aangaan van relaties
– lage frustratie-tolerantie en een lage drempel voor agressie
– onvermogen tot het ervaren van schuld of om te leren uit ervaring,
bijvoorbeeld straf
– bereidheid om anderen de schuld te geven of het rationaliseren van
het schadelijke gedrag
***
De
klachtenlijst van Monique

Op
verzoek van Monique maar zonder enige vorm van overleg met 'de
patiënt' verzoekt de HA (ver buiten zijn boekje) psychiater
Schreiber onderzoek te doen bij Piet en dus nog maar twee dagen
later...
Ennuh, beste dokter, een relatie-probleem is toch heel iets anders dan
een psychische stoornis?
***
Binnen 1 dag een uitnodiging
tot onderzoek

Mw. T.F. Schreiber-Psychiater en zus/secretaresse E.A.
Schreiber vormen samen een
sterk team, binnen GGZ Frl, zo te zien.
***
Bijrolspelers
Ophelia:
De dame in de titel van deze studie komt uit 'De
tragedie van Hamlet',
een toneelstuk uit 1602 van de Engelse schrijver William Shakespeare
(1564-1616). De iconische Ophelia is van een gezonde jonge vrouw
verworden tot een marionet van haar omgeving, zonder eigen
meningsuiting. Zij denkt en doet dan nog slechts zoals door de norm
van haar wordt verwacht. Door professor Samuel I. Hayakawa
(1906-1992), een Canadees / Engelse academicus en politicus, is veel
onderzoek gedaan naar het 'Syndroom
van Ophelia'.
Je zou het wat mij betreft ook het 'Syndroom
van Schreiber'
kunnen noemen.
Janet (Jean) Frame: Een bekend geworden voorbeeld van de gevolgen van een erg foute diagnose door de GGZ, is de Nieuw-Zeelandse schrijfster Janet (Jean) Frame (1924-2004). Janet kreeg in 1947 zgn. 'per ongeluk' het etiket 'schizofrenie' opgeplakt en werden haar dien ten gevolge, maar zeer ten onrechte, meer dan tweehonderd(!) elektro-shocks toegediend! Janet bleek evenwel gewoon een zeer begaafd en uiterst getalenteerd schrijfster te zijn van wie later, wereldwijd meer dan twintig geweldige bestsellers zijn verschenen, waarvan 'An angel at my table' het meest bekend is geworden.
Mij,
de auteur van deze case study, is iets vergelijkbaars als Janet
overkomen of beter gezegd, aangedaan. Van mijn geboorte (1946) tot
aan bijna mijn pensionering in 2011 verliep mijn leven tamelijk
zorgeloos op rolletjes. Na de diagnose auti / aspi in 2008, door arts
/ psychiater Tanja F. Schreiber, is de rest van mijn leven totaal
verziekt, ben ik al zwervend, rusteloos voor het leven op de vlucht
en loop ik voortdurend rond met krachtige neigingen tot zelfdoding
die, naarmate ik ouder wordt, in heftigheid nog toenemen. Een goede
psych had dat kunnen, resp. moeten voorzien en daar na moeten handelen.
Vanaf eind 2023 herhaalt de geschiedenis
zich, als
ik in november op advies van de Franse Autisme Info Service een paar
vragen stel over mijn diagnose van 2008, aan zowel GGZ Frl als aan
Lentis ATN.

Ongetwijfeld
geeft mijn verhaal deels een ietwat éénzijdig beeld maar door de
vele toegevoegde documenten ontstaat voor de lezer toch een
behoorlijk objectieve inkijk waardoor de lezer ook zelf een eigen
mening kan vormen. Voor aanvullende informatie weet u mijn e-adres
vast wel ergens te vinden...
***
Het
Syndroom van Ophelia
Ophelia
: – “I
do not know, my lord, what I should think.”
“Heer,
ik weet niet wat ik moet denken.”
Polonius:
– “I’ll
teach you. Think yourself a baby . . . .”
“Ik
zal het je leren, Denk aan jezelf als baby....”
Twee regels tekst uit de Hamlet (1602), Act 1, Scène 3 van William
Shakespeare (1564 - 1616).
Psychologist
S.I. Hayakawa beschrijft de symptomen van het 'Syndroom
van Ophelia'
in zijn essay 'What
does it mean to be creative?'
'Wat
betekent het om creatief te zijn?'
De
meeste mensen weten het antwoord niet op de simpele vraag, 'Hoe
is het? Hoe gaat het met je?'
De reden waarom ze dat niet weten, is omdat ze een (sociale) druk
voelen door wat ze geacht worden te voelen, te denken, te doen en te
zeggen wat ze geacht worden te doen en te denken en daarom nooit
toekomen om de eigen diepste gevoelens te onderzoeken. 'Hoe
vond je het boek?'
'Oh,
het was een goed boek. Het kreeg goede recensies in de media.'
Het zijn gezagsfiguren als drama-critici, boek-recensenten, docenten
en wetenschappers die ons vertellen wat we moeten denken en hoe we
ons moeten voelen. Velen van ons zijn dagelijks bezig met het spelen
van een rol, met het vervullen van de verwachtingen van andere
mensen. Als republikein, denken we wat andere republikeinen denken.
Als katholiek denken we, zo andere katholieken denken. Enzovoort,
enzovoort. Niet veel van ons vragen zichzelf af, 'Hoe
is het werkelijk met me? Wat denk ik werkelijk?'
maar wachten op een antwoord van buitenaf.
Bij gebrek aan
eigen individualisatie laten we ons gevoel vaak afhangen van andere,
sterkere persoonlijkheden, met wél een geheel eigen identiteit. We
falen in het begrijpen van een eigen identiteit en de eigen
uniekheid. 'Als
we allebei hetzelfde denken, is één van ons overbodig.'
Het
is als een psychologisch 'volwassen worden.' Het betekent dat we de
aspecten van het individu die de éne persoon onderscheiden van een
ander, ontdekken. Een lezing van Ophelia's zelfmoord later in de
Hamlet suggereert dat, omdat zij geen gedachten van zichzelf heeft,
omdat ze alleen luisterde naar de stemmen van de mannen om haar heen,
zoals Laërtes, Polonius en Hamlet, heeft ze een eigen breekpunt
bereikt. Ze hebben haar allemaal gebruikt. Ze is alleen gewaardeerd
om de rollen die ze van andere mensen speelde.
De Ophelia wil
precies weten wat het onderwerp voor een verhaal moet zijn. De
Polonius schrijft dat voor. De Ophelia wil een papegaai zijn omdat
het veilig voelt. En Polonius geniet van het maken van
papegaaie-kooien. Uiteindelijk wordt Ophelia de kloon van Polonius en
daardoor wordt één van hen overbodig. Ja, nou en..?
Is het
zo slecht om je leraar te evenaren? Wat betekent het om student van
biochemie of Duitse grammatica te zijn? Dan moet je om informatie te
onthouden aantekeningen maken van instructeurs die meer weten dan
jij. Maar het basismateriaal blijft feitelijk gelijk. Er is ook geen
andere manier. Dit is meestal een tijdelijke toestand in vele
gebieden van studie. Maar uiteindelijk komt iedere discipline in het
onbekende, het onzekere, de theoretische, de hypothetische, waar
leerkrachten niet langer leerlingen met zekerheid kunnen vertellen
wat ze moeten denken.
In Frankrijk geef je iedere dag, bij
iedere ontmoeting altijd iedereen een hand (of kus) en stelt de
standaard vraag: '(Comment)
Ça va ?'
(Hoe gaat het?). In Nederland wordt dan welhaast automatisch
geantwoord met het standaard: 'best'
of 'goed'.
In Frankrijk is het evenwel niet gebruikelijk op die vraag te
antwoorden. Daarmee wordt voorkomen dat je al te vaak moet gaan
liegen...
***
Ouverture
Iemand
met het 'Syndroom van Ophelia'
voelt, denkt en handelt op een manier
omdat hem is verteld dat hij iemand anders is dan wie hij werkelijk
is. Het 'Syndroom van Ophelia' komt veel voor bij personen,
bij wie door de geestelijke gezondheidszorg, een fout etiket wordt
opgeplakt.
De titel
geeft dan ook weer wat in dit boek en in een casus op de website
(Wakvin.eu) wordt behandeld, namelijk iemand anders worden en zijn
dan je werkelijk bent, onder invloed van een opgeplakt etiket uit het
oneindig palet van de GGZ Frl. Uiteindelijk dacht de ophelist en
schrijver dezes, na bijna tien jaar weer zichzelf te kunnen zijn als
de banden met GGZ Frl maar definitief zouden worden doorgesneden,
mogelijk door vernietiging van zijn dossier bij de psychs van de GGZ.
Helaas werd tijdens die actie de druk nog groter en komt de enige
echte verlossing eerst door vertrek naar gene zijde, wellicht door
een psych geestelijk opgedrongen suïcide.
Eigenlijk had deze
bladzijde gewoon een opening of voorwoord kunnen heten. Dat is het
natuurlijk ook maar door invloed van zowel Ophelia als door het
prettig verblijf in zuidelijke landen is het een overwhelming 'Ouverture'
geworden. Alleen dat woord al, getuigt van een overweldigende
uitbundigheid waarmee de ervaringen hier zijn opgetekend.
In
zowel kleine deeltjes aanvullende fictie als het globale non-fictie
behandel ik een groot deel van mijn belevenissen met GGZ-etters
(sorry!). Medewerkers van de GGZ die, zo is de overtuiging van deze
auteur, zelf vaak meer hulp nodig hebben dan sommige van hun cliënten.
Ook dat is Ophelia want ook zij doen zich voor zoals hun baas dat
graag ziet of zelfs verlangt: omzet maken, geld verdienen,
schoorsteen laten roken.
De aanleiding voor deze case study is
vanuit het niets een plotselinge opeenstapeling van voorvallen,
waardoor het geheugen van de ophelist verward, vol en ten slotte
hopeloos verstopt raakt. Na bijna tien jaren van enge ervaringen
zowel in de eigen relatie als in relatie met de GGZ in Friesland en
het Lentis Autisme Team Noord-Nederland (ATN) in Drachten,
verscheen bij ieder nieuw voorval telkens de tekst 'optekenen' als
synoniem voor opschonen van het brein en het even vergeten.
Naast
een misselijkmakende misstap van huisarts A.H.H. (Hugo) van der Zwan en
zijn ambtsgenoot Y.L. (Ling) Go, en de ziekelijk hebzuchtige Monique
Hoftijzer,
treffen
we Tanja F. Schreiber als een frigide arts kinderpsychiater maar
gelukkig
ook Janet. Janet vormt slechts een klein bestaan in deze studie maar
is als voorbeeld van groot belang geweest doordat zij door haar
GGZ-etters in Nieuw-Zeeland geheel ten onrechte is behandeld met meer
dan tweehonderd elektroshocks(!) voor de foute diagnose:
schizofrenie. Een diagnose 'par erreur'. Ha, een belangrijk
deel
van de voorvallen draait om vrouwen.
Net als Janet ben ik, na
de diagnose auti/aspi, een veel lezende en nog meer een cynisch
schrijvende zwerver geworden. Na mijn scheiding van Monique
(11-12-13) ben ik veel met Janet opgetrokken, voornamelijk door
Frankrijk, Spanje en Portugal. Toch jammer eigenlijk dat Janet al
ruim tien jaar dood was voordat ik haar op één van mijn
zwerftochten door Spanje, in de nacht van 26 op 27 oktober 2015, op
een fraaie camper-parkeerplaats in Morella (E) leerde kennen...
De
hebzuchtige en geen geweld schuwende Monique was precies twintig jaar
de hetero helft van mij. Onverzadigbaar in haar ziekelijke hebzucht
en haar krankzinnige smacht naar onderdanigheid van mannen in haar
leven.
Nee, het is zeker geen zure optekening geworden, eerder
veelkleurig en vrolijk, zoals het een Asperger autist betaamt. Het is
vooral in het wit tussen regels waarin
het zuur wordt beschreven met heel veel ruimte die uitnodigt tot
nadenken waarom het zo vaak mis kan gaan met psychs in de NL-se
geestelijke gezondheidszorg, in casu bij de GGZ in het noorden van
ons land.
Deel drie is meer een toegift en bestaat uit
geestelijk gerelateerde verhalen die ik onderweg op mijn vele
zwerftochten heb
geschreven. Een aantal van deze verhalen zijn eerder elders
gepubliceerd.
Home
Terug naar Ophelia
Naar Deel 2
Naar Deel 3
Wordt binnenkort vervolgd...